de beiaard

 

 


het automatisch spel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


de beiaard
   

automatisch spel

top
 

Aantal klokken: 47 Basklok: g0 = 5.378 kg
Totaal gewicht: 27.535 kg
Transpositie: reine kwart omlaag (klaviertoon c1 = slagtoon g0)
Stemming: middentoonstemming

Klokken:
2 Joris Dumery (1742),
9 Joris Dumery (1743),
3 Joris Dumery (1744),
10 Joris Dumery (1745),
2 Joris Dumery (1748),
21 Koninklijke Eijsbouts (2010).

De beiaard werd in 2010 gerestaureerd door Clock-o-Matic, Holsbeek.

Totale omvang klavier: c1 tot c5 (4 oct.) c1 - d1 - e1 - f1 chrom. c5
Omvang manuaal: c1 - c5 (4 octaven - 47 toetsen)
Omvang pedaal: c1 - g2 (anderhalf octaaf - 18 toetsen)
Klavier: Noord-Europese Standaard, Clock-O-Matic 2010

historiek

In 1528 werd er een reeks van elf klokken gegoten door Jacob Waghevens, die moesten dienen voor het voorspel of de wekkering. Deze voorslag werd in 1533 manueel bespeeld door Adriaan Van Der Sluus. Hij ontving daarvoor XXV scellingen grote per jaar en is daarmee de eerste Brugse beiaardier.
In 1603 leverde Marc Le Serre een nieu accort van 20 klokken en in 1631 kwamen er nog eens zes klokken bij.
Vanaf 1672 wilde men in Brugge een nieuwe beiaard van 35 klokken. Pieter Hemony uit Amsterdam kwam in 1673 naar Brugge om zijn voorstel te verdedigen maar de stad eiste dat de klokken in Brugge zouden gegoten worden. Pieter Hemony vertrok zonder opdracht. Melchior De Haze kreeg in 1675 de opdracht voor een beiaard van 35 klokken die 44.626 pond moest wegen, waar in 1681 nog 4 klokjes bijkwamen. Dat gebeurde op advies van de Gentse pater Wyckaert, bekend door zijn nog bewaard gebleven versteekboek, die in Gent reeds een beiaard van 40 klokken ter beschikking had.
De beiaard verdween echter in de brand van 30 april 1741: 39 klokken, een 20.200 pond zware H.-Bloedklok en een trommel gingen verloren.
Datzelfde jaar kreeg de Antwerpse klokkengieter Georgius (Joris) Dumery (1715-1787) de opdracht een nieuwe beiaard te gieten en een nieuwe H.-Bloedklok. Dat was het begin van een samenwerking tussen de stad Brugge en het geslacht Dumery die tot vandaag sporen nalaat. Immers, het grootste gedeelte van de huidige beiaard bestaat uit de oorspronkelijke Dumery-klokken en talrijke andere klokken in Brugge dragen de signatuur "Georgius Dumery me fecit".
Joris Dumery deed op 19 juni 1741 een voorstel aan het Brugse stadsbestuur " een carillon te gieten ten dienste van deselve stadt in syne perfectie, ende alle de clocken egael van gheluyt ende armonie, soo goet als er een sal te vinden syn; my verobligierende deselve clocken te doen hebben alle hunne juiste qualiteyten bestaende in enen forssighen bourdon, juste octave, cleyne tierce, quinte ende juste super octave; soodanigh dat het gheheel carillon onverbeterlick sal syn, als de eene clocke soo goet, delicaet ende armonieus moeten syne als de andere "
Eén van zijn voorwaarden was echter dat hij een gieterij ter beschikking kreeg in Brugge, wat hem toegestaan werd.3 Einde 1741 begon Dumery met het hergieten van de gesmolten klokkenspijs, maar geen van die eerste klokken voldeden omdat er te veel lood in geslopen was bij de brand. Aangezien Dumery geen schuld had aan de minderwaardige klokkenspijs, en hij meer dan anderhalf jaar gewerkt had, werd hem een schadevergoeding betaald. De klokken werden verkocht.
Tussen 1742 en 1745 goot Dumery alle nieuwe klokken. Voor de bekostiging van deze aanzienlijke uitgave kon de stad Brugge, naast haar eigen fondsen, ook rekenen op de steun van instellingen en particulieren. Zij tekenden massaal in op speciale "obligaten", ten voordele van de heropbouw van de toren, de herstelling van het uurwerk, de H.-Bloedklok en de beiaardklokken.
Op 2 februari 1746 werd de beiaard ingespeeld door stadsbeiaardier Adriaen Leemans. Op 2 juni echter klaagde hij reeds over de slechte staat van de beiaard. Aangezien ook een nieuw horloge en een nieuwe trommel gemaakt moesten worden, werd de beiaard pas in augustus 1748 definitief gekeurd, nadat er nog 2 klokken hergoten waren. Het eindverslag, de goedkeuring en aanvaarding ervan werden ondertekend door de vier beste beiaardiers van die tijd, nl. Jan-Jozef Colfs van Mechelen, Joannes de Gruytters van Antwerpen, Pieter-Jozef Le Blan van Gent en Boudewijn Scheepers uit Aalst.

Tot 1939 bleef de Dumerybeiaard ongewijzigd. In dat jaar werden 15 kleine klokjes door klokkengieter Michiels uit Doornik door nieuwe vervangen maar zij gaven geen voldoening. In 1969 werden ze, samen met nog 6 andere, hergoten door de Koninklijke Klokkengieterij Eijsbouts uit Asten (NL).

De beiaard van Brugge bestaat uit 47 klokken. In 1987 werd de elektrificatie volledig vernieuwd en kreeg de beiaardkamer een nieuw aanzien. Het oude klavier werd vervangen door een nieuw klavier volgens de Noord-Europese standaardmaten, geschonken door het Komitee voor Initiatief.

In 2010 werd een grote restauratie opgestart (uitgevoerd door Clock-o-Matic): de 21 niet-historische klokken werden vervangen door nieuwe klokken van Kon.Eijsbouts die perfect aansluiten op de historische Dumery-reeks. Het middenregister van de Dumery-klokken onderging een aantal stemcorrecties. Alle klokken kregen nieuwe, veel zwaardere klepels. Het klavier en alle verbindingen werden vernieuwd. Het torenuurwerk en het automatisch spel ondergaan ook een restauratie: de 122 valhamers van het automatisch spel worden vernieuwd; net als alle verbindingen.
De vernieuwde handbespeelde beiaard werd ingespeeld op 12 juni 2010. Het automatisch spel zal terug klinken begin december.

automatisch spel

top


KLOKKENLIJST EN OPSCHRIFTEN

De klokken 1 tot en met 26 dragen allen de tekst:
“G(EORGIUS) DUMERY ME FECIT BRUGIS ANNO ….”

Klok 1            1744               5.378 kg.
Geschonken door het Brugse Vrije (wapen in medaillon)
HORARIA HAEC CAMPANA, PUBLICO CIVIUM ET ACCOLARUM COMMODO, S. P. LI Q; F. MUNIFICA ALLABORANTE MANU FUSA

Klok 2            1748               4.300 kg.
Geschonken door de Stad Brugge (stadswapen gedragen door de Brugse leeuw en de Brugse beer)

Klok 3            1748               3.700 kg.
Geschonken door de Stad Brugge (stadswapen gedragen door de Brugse leeuw en de Brugse beer)

Klok 4            1743               2.500 kg.
Geschonken door de Stad Brugge (stadswapen gedragen door de Brugse leeuw en de Brugse beer)

Klok 5            1745               1.900 kg.
Geschonken door de ambachten van de metselaars, chirurgijnen en kruideniers (elk met hun medaillon)
CAEMENTARII ET CHIRURGI CUM AROMATARIIS HANC Eb COMMUNI CIVITATIS USUI DEDICARUNT

Klok 6            1744               1.600 kg.
Geschonken door de ambachten van de bakkers, kleermakers, schoenmakers, kuipers en zeepzieders (elk met hun medaillon)
CONCENTUS MUSICI RESTAURATIONI PISTORES, SARTORES, CALCEARII, VIETORES CUM SMEGMATARIIS HANC E Si Mi D; DD

Klok 7            1745               1.300 kg.
Geschonken door de ambachten van de schippers, tabakverkopers en herbergiers (elk met hun medaillon)
NAUTAE ET TABACARII CUM CAPONIBUS HANC F MUNIFICENTIAE TESTIMONIUM CONSECRANT +

Klok 8            1744               1.160 kg.
Geschonken door de ambachten van de vleeshouwers en visverkopers (elk met hun medaillon)
AVITO HUJUS SPECULAE SPLENDORI HANC F UT FA DIESE LANIONES ET BESCARII DD. CC.

Klok 9            1743               905 kg.
Geschonken door de ambachten van de merseniers en kaarsengieters (?). Geen opschriften.

Klok 10          1745               765 kg.
Geschonken door de ambachten van librariërs en de lijnwadiërs (elk met hun medaillon)
BIBLIOPOLAE ET LINTEARII HANC G # SUAE LARGITATIS SYMBOLUM COMPARARUNT +

Klok 11          1745               640 kg.
Geschonken door de ambachten van de tegeldekkers en de carottetabakmakers (elk met hun medaillon)
TEGULARIURUM ET FABRICAE TABACEAE HAEC A PERENNE LIBERALITATIS MONUMENTUM +

Klok 12          1745               540 kg.
Geschonken door de ambachten van de wolwevers, ververs en tijkwevers (elk met hun medaillon)
LANARII ET TINCTORIS CUM LECTITEXTORIBUS HANC Bb PRO VIRIBUS MUNUS DONARUNT +

Klok 13          1745               455 kg.
Geschonken door de ambachten van de smeden, huidevetters en hoedemakers (elk met hun medaillon)
FABRI FERRARII CORIARII ET GALEREFICES HANC B# LIBERALI CULT DEFERUNT

Klok 14          1745               380 kg.
Geschonken door de ambachten van de wijnschroders, hoveniers en blikslagers (elk met hun medaillon)
VINIPENARII OLITORES ET BRACTEATORES HANC c PRO MODULO DONUM OEEFERUNT

Klok 15          1743               320 kg.
Gekroonde Brugse “b”

Klok 16          1745               265 kg.
Gekroonde Brugse “b”

Klok 17          1743               220 kg.
Gekroonde Brugse “b”

Klok 18          1743               185 kg.
Gekroonde Brugse “b”

Klok 19          1745               155 kg.
Gekroonde Brugse “b”

Klok 20          1742               132 kg.
Gekroonde Brugse “b”

Klok 21          1743               115 kg.
Gekroonde Brugse “b”

Klok 22          1742               100 kg.
Gekroonde Brugse “b”

Klok 23          1743               90 kg.
Gekroonde Brugse “b”

Klok 24          1745               80 kg.
Gekroonde Brugse “b”

Klok 25          1743               70 kg.

Klok 26          1743               64 kg.

De klokken 27 tot en met 47 dragen allen de tekst:
EIJSBOUTS ASTENSIS ME FECIT ANNO MMX PRIORIS AD INSTAR

Klok 27          2010               59 kg.
P. Moenaert, Burgemeester - Y. Roose, M. Van Volcem, B. Laloo, J.-P. Vanden Berghe, L. Mus, J.-M. Bogaert, A. Lambrecht, B. De Cuyper, H. Decleer, F. Vandevoorde, Schepenen - J. Coens, Stadssecretaris
Gekroonde Brugse “b”

Klok 28          2010               54 kg.
A., J., en H. Leemans, H. Fromont, D. Berger, L. Hubené, R. Berragan, E. Dupan, A. Nauwelaerts, E. Uten, A. Lombaert, F. Deleu - Stadsbeiaardiers 1737 – 2010

Klok 29          2010               49 kg.
Ode aan 500 jaar beiaard

Klok 30          2010               45 kg.
Ode aan Brugge, Unesco Werelderfgoedstad

Klok 31          2010               41 kg.
Ode aan het Begijnhof

Klok 32          2010               37 kg.
Ode aan de reien en bruggen

Klok 33          2010               34 kg.
Ode aan de torens van Sint-Salvator, O.-L.-Vrouw en het Belfort

Klok 34          2010               31 kg.
Ode aan processies van Heilig Bloed en Blindekens

Klok 35          2010               28 kg.
Ode aan de Praalstoet van de Gouden Boom

Klok 36          2010               26 kg.
Ode aan de Markt van Brugge

Klok 37          2010               24 kg.
Ode aan het Brugse kant

Klok 38          2010               22 kg.
Ode aan de molens en de Brugse vesten

Klok 39          2010               20 kg.
Ode aan de Brugse Musea en cultuur

Klok 40          2010               18 kg.
Ode aan het Concertgebouw en de muziek

Klok 41          2010               17 kg.
Ode aan Brugge groene fietsstad

Klok 42          2010               16 kg.
Ode aan sportstad en zorgende stad Brugge

Klok 43          2010               15,5 kg.
Ode aan de haven van Zeebrugge

Klok 44          2010               15 kg.
Ode aan Guido Gezelle en de poëzie

Klok 45          2010               14,5 kg.
Ode aan Brugge, gastronomische topper

Klok 46          2010               14 kg.
Ode aan het Brugs patrimonium

Klok 47          2010               13,5 kg.
Ode aan de Vlaamse primitieven

Totaalgewicht van de klokken 27.913 kg.
De 37 zwaarste klokken spelen in het automatisch spel.
Uurslag op klok 1; halfuurslag op klok 4.
Bron: A. Lombaert en Dr. A. Vandewalle in “Klokkenspellen en Beiaarden in West-Vlaanderen, uitg. De Westvlaamse Gidsenkring, 1993

De 21 kleinste klokken (Horacantus, 1969) die in 2010 vervangen zijn werden opgesteld in de Sound Factory, Concertgebouw Brugge.
automatisch spel

top

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

de automatische beiaard
   
de beiaard

top
versteek 2012  
trommel en uurwerk: Antoine de Hondt, 1742 - 1748
brons, 30.500 vierkante gaatjes om pinnen te "steken"
diameter trommel: 2m.; gewicht: ca. 9 ton

vanaf Pasen 2016 tot de week voor Pasen 2018
klinkt deze muziek op de trommel
:

UUR
Till we meet again (1918, Muziek: Richard A. Whiting, 1891-1938; Tekst: Raymond B. Egan) en After the War is over (1918, Muziek: Harry Andrieu; Tekst: E. J. Pourmon, Jos Woodrukk, B. Sterling)
Twee liedjes bij het einde van Wereldoorlog I.

KWART NA
Prologo uit L'Orfeo (Claudio Monteverdi, 1567-1643).
In 2017 is Monteverdi 450 jaar geleden geboren.

HALF UUR
Il était une fois (conte), Opus 64  (Henri Kowalski, 1841-1916)

KWART VOOR
Bourrée II uit de Cellosuite nr. 4 in Es, BWV 1010 (Johann Sebastian Bach, 1685-1750)

Alle muziek is bewerkt voor gebruik op de speeltrommel van de Brugse beiaard door Frank Deleu, stadsbeiaardier.

 

de beiaard

top

historiek

Volgens sommige bronnen zou Brugge reeds in 1396 een uurwerk met voorslag gebruikt hebben.
De stadsrekeningen van 1419 waarin zeer nauwkeurig de inkomsten en uitgaven staan opgetekend, vertellen dat aan smid Hubrecht Perre een bedrag werd uitbetaald "voor het leveren van stalen pennen ende tuimelaars voor de clocken van de Brugse hallen". Vanaf 1421 werd er ook een onderscheid gemaakt tussen clocken en scellen, waarbij scellen steeds in combinatie met het uurwerk gebruikt werd. Zo weten we of er al dan niet een voorslag was.
Na de brand van 1493 leverde Simon Waghevens een nieuwe uurklok met appeelen daertoe. Er was dus duidelijk een voorslag aanwezig. In 1528 leverde Jacob Waghevens elf scellen "van accorde omme tmaken vanden voorslaghen van der oorloge up de halle".
In 1603 werden de bestaande scellen vervangen door een nieuw klokkenspel van 20 klokken. Adriaen Van Troostberghe, horlogiewerckere, leverde de nieuwe trommel, noten, klavier, hamers en assen. Nicolaas Helewaut, de zesde beiaardier, stak de nieuwe aria's op de trommel. 72 jaar bleef deze trommel in gebruik. In 1675 vond uurwerkmaker Jean Pauwels, volgens zijn verklaring, de trommel in duusent stucken. De befaamde Antwerpse klokken-gieter Melchior De Haze kreeg nu de opdracht om niet alleen de trommel maar ook een nieuwe volwaardige beiaard te leveren. Met het gieten van de trommel liep het grondig fout. De eerste poging mislukte en de twee volgende leverden geen aanvaardbaar product op. Gilles Moerman bracht ten slotte deze niet alledaagse opdracht tot een goed einde in 1678.
Jean Pauwels maakte, op aanwijzingen van de Gentse musicus pater Wyckaert, 108 rijen van 90 gaten in de trommel die nodig waren voor het vastzetten van de pinnen of nokken. In 1681 stak pater Wyckaert de aria's op de trommel.
Zestig jaar later, tijdens de brand van 1741, verdwenen de beiaard, het uurwerk en de trommel met 19.449 gaatjes in de vuurpoel. Terwijl Joris Dumery een nieuwe beiaard en trommel goot, leverde zijn schoonbroer Antonius De Hondt het uurwerk en het volledige mechanisme voor de voorslag.
De ongeveer 9000 kg wegende trommel is een echt huzarenstuk. Hij heeft een diameter van 206 cm en een wanddikte van 5 cm. Er zijn 122 rijen gaatjes, goed voor het in beweging brengen van 122 hamers. Er zijn 250 openingen per rij, samen dus 30.500 gaatjes. Een gewicht van 1500 kg brengt dit gevaarte aan het draaien. De voorslag krijgt zijn opdracht van het monumentale uurwerk met een slinger van 78 kg die 3 m lang is. Een ingenieus systeem van nokken, verbindingsdraden, tuimelaars en terugslagveren zet de 122 hamers aan het werk.
Deze hamers zijn als volgt verdeeld over 37 klokken van de 47 klokken tellende Dumerybeiaard:
· 1ste octaaf: 25 hamers op 10 klokken (gis en bes ontbreken)
· 2de octaaf: 44 hamers op 12 klokken
· 3de octaaf: 44 hamers op 12 klokken
· 4de octaaf: 8 hamers op 3 klokken (de rest van het octaaf wordt niet gebruikt voor de voorslag).
Dit merkwaardig historisch ensemble is een staaltje van echt vakmanschap van 18de-eeuwse ambachtslieden, dat jaarlijks door meer dan 230.000 bezoekers bewonderd wordt. Dagelijks tussen 9u en 20.45u uur brengt het Dumery-Dhondt automatische klokkenspel om het kwartier een melodie ten gehore. Deze melodieën worden om de twee jaar door de stadsbeiaardier verstoken.

de beiaard

top

 

Voor de periode 2014-2016 klonk deze muziek:
UUR:
Roses of Picardy (Tekst: Fred. E. Weatherly, Muziek: Haydn Wood, 1916) en It’s a long, long way to Tipperary (Tekst en Muziek: Jack Judge en Harry Williams, 1912) zijn wellicht de meest populaire Engelse en Ierse soldatenliedjes uit de Eerste Wereldoorlog.

KWART NA:
Iper, O Iper, hoe toont gy u verheugt
Is een Oud-Nederlands volkslied dat al bekend was bij de Thuindagfeesten van 1383.

HALF UUR:
La Madelon (Tekst: Louis Bousquet; Muziek: Camille Robert) is een Frans liedje uit 1914 dat ook wereldwijd bekend werd tijdens de oorlog.

KWART VOOR:
Ode an die Freude
Dit fragment uit de 9de Symfonie van Beethoven is niet alleen een Vredeslied maar ook de Europese Hymn

 

Voor de periode 2012-2014 klonk deze muziek:

UUR:
Andante “jusque dans le moindre chose je vois mon aman” (Pierre A. Monsigny) Romance uit de opera “On ne s'avise jamais” (1761) van Pierre Alexandre Monsigny (1729 – 1814). Bewaard in het Brugse Stadsarchief "on te stecken op een trombel de maete van 3/2)

KWART NA:
“Egidius waer bestu beleven” (Gruuthuse handschrift, ca. 1395)

HALF UUR:
“Zet je van achter” (Roger Danneels)

KWART VOOR:
Souterliedekens, Psalm CXXVI (Jacobus Clemens non Papa (1510-1556) “Tensi dat die Heere wilt bouwen “ (op de muziek van “Sy sullens my niet verdriven, quade tonghen dyet beniden”).

Voor de periode 2010-2012 klonk deze muziek:

UUR
Les Carillons (Johan Ph. Kirnberger, 1721-1783)

KWART NA
Bergamaske (Theodore de Sany, Brussel, 1648)

HALF UUR
“Intimiteit” (Raymond Van het Groenewoud, 1960)

KWART VOOR
"Une jeune fillette": La Monica (Anoniem, 16de eeuw)

de beiaard

top